Morele kwetsbaarheid

Datum
Onderwerp
Nico catsburg

In zijn boek, ‘Renewel for the wounded warrior’ met de subtitel ‘a burnout survival guide for believers,’ Schrijft R. Loren Sandford over drie stadiums van burnout. Hij geeft leiding aan een organisatie die gericht is op herstel van mensen die een christelijke bediening hebben en schrijft daarover. Op een gegeven moment deelt hij ervaringen van gesprekken die hij heeft met predikanten en schrijft het volgende: ‘Voor hen die een bediening hebben kan vertrouwen in een persoonlijke zalving en de kwaliteit om te dienen, ten diepste vernietigd worden tot aan het punt dat ze hun roeping beginnen te betwijfelen.’ Het is mijner inziens erg dat het zover komt met soms bijzonder getalenteerde mensen die op de een of andere manier God dienen binnen de christelijke wereld. De schrijver noemt ze, omdat hun situatie het gevolg is van externe invloeden (doorgaans komend van broeders en zusters), slachtoffers.

Sandford schrijft: ‘De volgende bekentenissen heb ik tijdens mijn counseling gehoord. Slachtoffers kunnen een niet te weerstane drang hebben naar pornografie en daardoor verder gedrukt worden in het verwond raken door stress wat de vorm aanneemt van schaamte en schuld. Ze kunnen overgaan tot dwangmatige masturbatie als een manier om emotionele druk vrij te laten komen. Ze kunnen onverklaarbaar gewelddadige gedachten krijgen en voor zichzelf visualiseren dat zij zelf gewelddadig handelen. Ze kunnen zich aangetrokken voelen tot mannen of vrouwen die niet hun huwelijkspartner zijn, vooral als hun gedrag vanwege stress de partner in bepaalde mate heeft weggedreven. Stiekem toenemend drinken kan een probleem worden. Of het kan zoiets zijn als inconsequent gedrag, bijvoorbeeld regelmatig te hard rijden. Dit stapelt op het schuldgevoel waardoor hun situatie verergerd. Schuld en schaamte drijven hen meer en dieper in het onbekwaam worden.’

Meestal is de reactie van de omgeving (lees kerkmensen) één van afwijzing, kritiek en aan de schandpaal nagelen van degene die in de bediening staat en een bepaalde leiderschapsrol heeft. Sandford gaat even later verder met: ‘Ze hebben hun uiterste best gedaan en hebben hoon en kritiek over zich heen gekregen…. ‘Ze zien iedere tegenvaller in het counselen van anderen als hun eigen falen. Ze kunnen het erover hebben om de bediening te verlaten, of zelfs de kerk, en het hebben over zelfmoord.’ Aan dit rijtje zou ik nog willen toevoegen, dat ze het er ook over kunnen hebben niet meer te kunnen of willen geloven.

Wat hierboven staat zijn verhalen die ook ik wel hoor. Ik constateer dat de schaamte soms zover gaat, dat men het niet ziet zitten om de pijn van de bediening te delen met een ander. Wie is tenslotte te vertrouwen? Blijft wat je deelt onder vier ogen vertrouwelijk? Wat is het belang van degene die tegenover je zit, als je twijfelt of je je pijn wel of niet zult gaan delen? Zijn er broeders of zusters die niet schrikken van de gedachten die je wil delen, die je kwijt wil, en waarvoor je misschien wel wil dat er voor gebeden wordt? Wie is er te vertrouwen?

Nico Catsburg