De crisis van Jonathan Edwards

Datum
Onderwerp
Nico catsburg

Onlangs kreeg ik van een jonge vriend een stuk toegezonden over Jonathan Edwards. Het betrof een periode in Edwards leven waar ik nog niet van op de hoogte was. Hij is voor mij een van de geestelijke reuzen uit vervlogen tijden waarvan ik vol bewondering ben. Hij was een bijzonder intelligente man en wordt door historici, zowel christelijk als seculier, beschouwd als een van de grootste denkers die Amerika heeft gekend, daarbij was hij een van de belangrijkste theologen van zijn tijd. Hij speelde een belangrijke rol in de eerste grote opwekking in het begin van de 18e eeuw, heeft veel boeken geschreven en werd benoemd tot president van wat nu de universiteit van Princeton is.

Voordat Edwards aan Princeton verbonden werd was hij onder andere predikant van een plaatselijke kerk in Northampton in zuid Massachusetts. Hij heeft vierentwintig jaar gewerkt in deze kerk, een plaatselijke opwekking in 1734-35 meegemaakt, en maakte deel uit van de trans-Atlantische opwekking in 1740-42. De bekende opwekkingsprediker George Whitefield, met wie hij bevriend was, heeft gesproken in zijn kerk. Edwards was week in week uit trouw in zijn prediking, schreef boeken wanneer het kon, bezocht zijn gemeenteleden en verdroeg alle tegenstand die je kunt verwachten in een pastorale bediening.

Op een gegeven moment waren er gedurende vier jaren geen nieuwe leden in zijn gemeente gekomen. Maar toen iemand het lidmaatschap aanvroeg in 1748 en Edwards een formele test wilde doen, weigerde de kandidaat die te ondergaan. De kerk stond achter de kandidaat. Hierdoor ontstond er frictie tussen de gemeente en haar voorganger. Edwards prediking werd in die tijd goed bezocht door gasten, maar niet door zijn eigen gemeenteleden. Zijn gemeente was dus niet gevuld met Edwards fans. Een lid van zijn gemeente verspreide een brochure waarin stond dat zijn voorganger het grootste werktuig was die de duivel had aan deze kant van de hel om mensen de hel in te werken. De gemeente was doortrokken van machtspolitiek vanwege allerlei familiebanden en dergelijke. Een ander probleem was geestelijke apathie. Wij denken misschien dat zijn prediking altijd interessant was voor de toehoorders, maar dat is niet waar. Hij klaagde er op een gegeven moment over dat terwijl hij preekte gemeenteleden zich uitstrekten op de kerkbanken om te gaan slapen. Voor een trouwe voorganger is getoonde verveling en genegeerd worden erger dan regelrechte afwijzing. Hij moet zich vaak alleen hebben voelen staan.

In de lente van 1750 ging het gesprek niet over hoe de gemeente haar trouwe voorganger voor zijn inzet van bijna een kwart eeuw kon bedanken. Het ging er over hoe ze zo snel mogelijk van hem af konden komen. Eind juni hield de kerk een aantal vergaderingen waarna de voorganger werd ontslagen. Van de 253 stemmende leden stemden er 230 voor om hem te ontslaan en 23 om hem te laten blijven als voorganger van de gemeente. Maar 10% wilde dat hij bleef, het zal hem niet in de koude kleren zijn gaan zitten. Edwards werd zijn kerk uitgewerkt, maar kwam terug om te preken omdat de gemeente moeite had om voldoende sprekers te vinden in de maanden daarop. Daarna is hij zeven jaar lang in een afgelegen gebied aan de slag gegaan met preken en het dienen van wat indianen en een paar blanke families. In 1758 aanvaarde hij met enige innerlijke weerstand zijn positie aan Princeton. Helaas stierf hij slechts een paar maanden nadat hij zijn werkzaamheden had opgepakt.

Edwards werd dus eind juni 1750 ontslagen uit zijn ambt als voorganger. Ds. David Hall, een voorganger uit zijn omgeving, schreef, ‘Ik zag nooit iets van ontevredenheid bij hem gedurende de week, hij zag er uit als een man van God wiens blijdschap buiten het bereik van zijn vijanden lag, en wiens schat niet slechts een toekomstige is maar ook voor nu, een schat die zwaarder weegt dan alle denkbare tegenslagen van het leven.’

Edwards was sterk overtuigd van de soevereiniteit van God. Dat kan hem tot de conclusie hebben gebracht dat toen hij ontslagen werd God hem liet vertrekken zodat hij naar Stockbridge kon gaan en daar, op het hoogtepunt van zijn intellectuele krachten, zeven jaar arbeidde in de wijngaard van de Heer en de meeste van zijn belangrijkste verhandelingen schreef die nog van waarde zijn. We snappen vaak niet waarom bepaalde zaken ons overkomen en vaak achteraf zien we pas hoe God ons verder leidde. Laten we open blijven staan voor God en zijn plan met ons leven, al is dat plan ons totaal niet duidelijk en ervaren we de pijn van afwijzing. God bedoelt het goed met ons.

Nico Catsburg